Pien staat aan de deur en vraagt of ik kom rolschaatsen. Ik draai wat op mijn hakken, staar naar mijn trui en begin aan een los draadje te peuteren. ‘Nee, ik ehh’, stamel ik. ‘Ik moet eten’. En BAM, ik gooi de deur voor haar neus dicht. Mijn moeder staat in de gang achter me en kijkt me wat verbaasd aan. Het is nog lang geen etenstijd. Ze vraagt me waarom ik nee zei. ‘Je kunt het toch proberen?’ Mijn antwoord op deze vraag kende ze maar al te goed: ‘Ik doe het wel als ik het kan!’

Pien staat aan de deur en vraagt of ik kom rolschaatsen. Ik draai wat op mijn hakken, staar naar mijn trui en begin aan een los draadje te peuteren. ‘Nee, ik ehh’, stamel ik. ‘Ik moet eten’. En BAM, ik gooi de deur voor haar neus dicht. Mijn moeder staat in de gang achter me en kijkt me wat verbaasd aan. Het is nog lang geen etenstijd. Ze vraagt me waarom ik nee zei. ‘Je kunt het toch proberen?’ Mijn antwoord op deze vraag kende ze maar al te goed: ‘Ik doe het wel als ik het kan!’
Ik was een jaar of 7 denk ik, toen dit gebeurde. En deze situatie was geen uitzondering. Liever ging ik iets zelf 100 keer uitproberen in de tuin, voordat ik het op straat deed, waar iedereen me kon zien. Oefenen, oefenen, oefenen. Vallen en opstaan. Opnieuw proberen… in mijn veilige omgeving waar niemand me zag. En pas als ik me er redelijk zeker over voelde, durfde ik naar buiten toe te treden. Op een gegeven moment werd het een soort grapje in onze familie. ‘Je doet het zeker wel als je het kunt?’

Ik wilde best….
Ik wilde wel, maar deed het niet. Ik moest eerst voor mijzelf uitdokteren wat ik ervan vond en of ik iets durfde. Was het perfectionisme? Angst om te falen? Nu denk ik van wel. Toen had ik die woorden nog niet paraat natuurlijk. Het enige wat ik toen wist was dat ik het echt niet voor het eerst ging doen daar waar iedereen mij zou kunnen zien en uitlachen. No way!
Het zat in mijn hoofd. Want ik werd niet uitgelachen. Er deed niemand gek over. Ik dacht het alleen. En zo ging er een duiveltje vastzitten in mijn hoofd. Eentje die wilde dat ik alles perfect deed. Geen foutjes maken. Lang heeft dat duiveltje veel bepaald in mijn leven.

Van stapje voor stapje naar sneltreinvaart
Hoewel ik een paar jaar geleden met mijzelf had afgesproken dat het tijd was om het duiveltje gedag te zeggen, lukte me dat maar gedeeltelijk. Met kleine stapjes durfde ik uit mijn comfortzone te stappen. Ik begon ook patronen te herkennen. Zo heb ik enorm vaak uitstelgedrag vertoond als ik een stap niet durfde te nemen. Door dit te herkennen en erkennen in mijn gedrag, kon ik het langzaamaan veranderen.
Het afgelopen jaar heeft deze beweging voor mij in een sneltreinvaart gebracht. Ik heb stappen durven zetten waar ik anders misschien heel lang over had gedaan, zoals mijn vaste baan opzeggen. Waarom durfde ik het nu dan wel? Omdat ik me besefte dat ik er gelukkiger van werd deze stappen te zetten. Doordat de wereld vaak zoveel mooier is buiten je comfortzone. Doordat er zoveel te beleven is en te delen is.

Kleine stapjes tellen ook
Ben ik geheel van mijn eigen duiveltje af? Nee. Heb ik hier vrede mee? Absoluut. Want wat heb ik hier zelf van geleerd? Dat lief zijn voor jezelf het allerbelangrijkste is als je iets anders dan anders wilt gaan doen. Dat je jezelf de tijd en de rust mag geven om de nieuwe manier je eigen te maken en dat je met kleine stapjes uiteindelijk ook daar komt waar je wilt zijn. Het gaat er immers om dat je in beweging bent. De eerste stapjes zijn vaak het moeilijkst. Maar ieder stapje dat je zet, daar mag je mega trots op zijn!
Hoe is dat voor jou? Durf jij het eerste stapje te zetten?